Ikki’s eiland

juli 19, 2015

Ikki stuurt en lacht en praat. Hij kent iedere steen, elke hobbel en alle bochten in de weg.
‘De Bonairiaan blaft graag. Hij is net als de hond. Die eet geen gras, maar als hij geiten gras ziet eten, blaft hij hard.’
Ikki lacht.
‘Begrijp je wat ik bedoel?’
Zijn rechterwijsvinger hangt even streng in de lucht.
‘Wij moeten niet afhankelijk zijn. Niet alleen de hand ophouden. Wat ga je doen als je iedere maand zomaar geld krijgt? Niets toch?’
Ikki schudt zijn hoofd. Hij vindt het maar niks dat een deel van de bevolking niet erg enthousiast aan haar toekomst knutselt.
‘Ik hou van mijn land. Ik wil dat het vooruitgaat. Dat wij zelf de baas zijn.’
Hij toetert. Hij doet het raampje open en groet de oude dame die op een rode plastic stoel onder een boom zit.
‘Mijn vroegere buurvrouw. Vorige week werd ze zomaar ziek. Heb ik haar ’s ochtends om zes uur naar het ziekenhuis gebracht. Ze is tweeëntachtig. Na een paar uur kon ik haar weer ophalen. Was ze weer helemaal gezond. Een klein virusje dus. Begrijp je wat ik bedoel?’
‘Ik wil deze week graag een paar keer wat langer met je praten’, zeg ik, ‘gaan we het over alles hebben.’
‘Alles?’, vraagt Ikki, ‘ik weet niet alles.’
Hij schiet weer in de lach.
‘Maar ik weet wel hoe het moet, hoor.’
‘Dan ben je deze week voor een paar uur directeur van het eiland.’
‘Dat is goed.’
Ikki kijkt nu serieus.
‘Ik ga je veel vertellen. Over mijn eiland, over de mensen en de geschiedenis.’

cropped-ikkis_eiland_11.jpg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *