De wet van Parkinson

november 19, 2020
Parkinson's_Law_Book

First edition 1958

Naar aanleiding van de Toeslagenaffaire, een affaire waarbij de Nederlandse overheid het leven van duizenden onderdanen verwoest heeft, wees de heer Pechtold (de ex-politicus die nu baas van de rijbewijzen is) er gisteravond in het programma Op1 op dat we eigenlijk niet de ambtenaren aan moeten spreken op wangedrag, maar dat we de verantwoordelijke politici naar het verdachtenbankje moeten slepen.
Dat klinkt nobel. Je beschermt je werknemers, want zij zijn niet verantwoordelijk voor het te voeren beleid.

In 1958 formuleerde de Britse econoom Cyril Northcote Parkinson in zijn boek Parkinson’s Law: The Pursuit of Progress zoals de titel al aangeeft, zijn wet: work expands to fill the time available for its completion. Algemeen geformuleerd: de vraag naar iets zal zich altijd aanpassen aan de maximale beschikbaarheid ervan.
Parkinson zag bijvoorbeeld dat, hoewel de omvang van het Britse imperium afnam, het ambtelijke apparaat tegelijkertijd toenam.
Volgens de econoom waren er twee redenen voor dit proces:
– Een manager wil, in plaats van meer rivalen, meer ondergeschikten
– Een manager creëert werk, ze houden elkaar bezig.

Parkinson nam waar dat het aantal mensen in een bureaucratie, onafhankelijk van het werkaanbod, ieder jaar met 5 tot 7% toenam. Zonder dat hiervoor een verklaring te vinden was.

In 2018 werkten ruim 121.000 ambtenaren op al die ministeries in Den Haag.
In de afgelopen jaren heb ik met verschillende ambtenaren contact gehad over Ikki’s eiland.
Het eerste wat opvalt in die contacten is dat de ambtenaren opvallend vaak niet weten wat collega’s op andere betrokken ministeries die met hetzelfde onderwerp bezig zijn aan het doen zijn.
Ernstiger is dat daarna blijkt dat politici meestal helemaal niet weten wat de ambtelijke top heeft voorgesteld of afgewezen. Waardoor zij de controlerende functie niet uit kunnen oefenen of politiek verantwoordelijk zijn voor een beleid waarvan ze het bestaan niet weten.

Symbolisch voor die ambtelijke vierde macht is de gewoonte die al een tijd bon ton is: in brieven van topambtenaren worden voorstellen gedaan of afgewezen met de zin die begint met: Ik heb besloten ….
Als je durft te schrijven ‘Ik heb besloten’ moet je niet opkijken dat iemand je aanspreekt op je verantwoordelijkheid. En heb je niet begrepen dat je een dienende rol hebt als overheidsdienaar.

‘Wij hebben besloten’ laat zien dat je niet namens jezelf, maar namens de overheid en daarmee de samenleving spreekt. Waardoor de verantwoordelijkheid voor beleid weer ligt waar ze hoort: bij de politiek.

Ik ben je zelf. En niemand anders.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *