De aankondiging deze week dat het eiland weer een grote stap voorwaarts maakt met de komst van Jamin, leverde jubelkreten en chagrijn op.
Waar de een het vrolijke pakket snoepwaren met open armen wil ontvangen, klaagt de ander over het steeds verder vernederlandsen van de middenstand en daarmee het eiland.
Ook klom iemand het toetsenbord op om te melden dat er beter een winkel met gezonde producten had kunnen komen. Die wens werd gepareerd met de vraag waarom dan niet zelf een winkel vol onbespoten havermelk geopend.
Niet alleen Jamin durft de stap aan, ook al aanwezige ondernemers zijn aan het uitbreiden of openen een nieuw filiaal.
Het spreekt voor zich dat er meer bedrijvigheid is en komt. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Al wordt deze tegeltjeswijsheid niet door iedereen met gejuich ontvangen.
De conclusie dat de Bonairiaanse identiteit en cultuur op het spel staan door de komst van Jamin is een stap te ver. Deze verwenwinkel is niet de oorzaak van de explosieve groei van de bevolking, maar een bewijs of gevolg ervan.
De vraag die dan ook opduikt is wie volgt? Komt MacDonalds, KFC of de Hema als volgende keten de samenleving opvrolijken.
Ook de directie van die ketens zullen namelijk met nieuwsgierige ogen het rapport ‘Gerichte groei’ (2024) gedownload hebben. Want in het onderzoek van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen wordt voorspeld dat de bevolking van het eiland tussen 2020 en 2050 kan verdrievoudigen.
‘Wat woningnood en sociale ongelijkheid versterkt’, voegt het rapport aan dat koffiedik kijken toe.
Want schrijft de staatscommissie ‘de sociaaleconomische situatie van de mensen op de eilanden is meestal kwetsbaarder dan in Europees Nederland.’
Daarom zijn er ‘stevige politieke keuzes’ nodig.
‘Bijvoorbeeld over hoe de economie eruit moet zien, hoeveel mensen er mogen komen wonen en hoe de eilanden omgaan met het ouder worden van de bevolking’, schrijft de commissie.
De armoede waar iedereen het over heeft, de woningnood, de infrastructuur die al die veranderingen niet bij kan benen – allemaal vertrouwde thema’s waar veel woorden aan worden besteed.
Ook door lokale politici. Met woordenstromen, rapporten en plannen laten zij zien dat zij wel weten waar de klepel hangt.
Nu de klok nog zien te vinden.
En zo zien we binnenkort twee kleuters met hun neusjes tegen de winkelruit van die nieuwe winkel gedrukt. Ze vergapen zich aan al die zoetigheden.
Hun moeder roept hen. Net als gisteren.
De twee ukken weten dat ze weer naar huis zullen gaan zonder de winkel in te zijn geweest.
‘Dit snoep is te duur’, had hun moeder gisteren uitgelegd.
Wat te duur is, weten ze niet.
Maar wel dat ze met lege handen naar huis gaan.
En dus gaan ze later de politiek in met de verkiezingsleuze: Van Ja Min naar Ja Meer.

