A.s. donderdag houdt de Tweede Kamercommissie Onderwijs een hoorzitting over de betekenis van het Papiaments in het onderwijs op de ABC-eilanden.
Onderwijs als hoeder van het Papiamentu als Caribisch cultuurgoed, is de noemer van het eerste deel van de bijeenkomst, het tweede deel van de hoorzitting heeft als titel Taalverwerking en voer- en instructietaal voor kennisoverdracht aan jongeren in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Niet dat ik een sombere jeugd heb gehad, maar ik heb me een aantal jaren beziggehouden met de positie van minderheden.
Ernstige discussies over taal en strijd mocht ik bijwonen. Dat sommige deelnemers op bijeenkomsten van Europese minderheden me maar een revisionist vonden omdat ik de weg van geweld heilloos vond, nam ik op de koop toe. Ik luisterde, las en dacht het mijne.
Join the army of the people, zongen de Noord-Ierse kameraden, maar ik geloofde niet in een nieuwe wereld die uit een loop komt.
Waardoor een Baskische jongeman alleen nog maar vroeg of ik wel zijn woordenlijst met een honderdtal begrippen van de Friese vertaling wilde voorzien. Hij spaarde kleine talen. Voor het college over stadsguerrilla-oorlogsvoering werd ik niet uitgenodigd.
Ik kwam als watje. Ik wilde weten of er gevolgen verbonden waren aan je lot als je bij een minderheid hoort. Ik las over psychologische gevolgen als minderwaardigheidscomplexen en de daaraan verbonden onzekerheden. Ik luisterde naar de denkers die wel wisten hoe je die kleine taal kunt beschermen. Die wel wisten dat alles altijd met de klassenstrijd verbonden is.
Een paar maanden geleden dacht ik terug aan die bijeenkomst toen het gesprek op taal kwam, de positie van een taal en de gevolgen van het opgroeien in een minderheidstaal.
‘Want hoe je het ook wendt of keert’, zei de hoogleraar em., ’het Papiaments is een minderheidstaal binnen het koninkrijk. Er is veel onderzoek gedaan naar het opgroeien in een minderheidstaal. Je kunt een aantal algemene conclusies trekken. De sprekers van de kleine taal voelen zich vaak onzeker in het gezelschap van sprekers van de overheersende taal, voelen zich achtergesteld of zelfs de mindere. Worstelen soms met hun identiteit.’
Ik vertel dat ik in de puberteit probeerde te verhullen, als ik buiten Friesland was, dat ik thuis Friestalig opgevoed werd.
Ik probeerde zo keurig mogelijk Nederlands te spreken. Sprak de naam van het dorp waar ik woonde zo uit dat het net klonk als de naam van het dorp in Noord-Holland dat bijna dezelfde naam draagt.
Hij glimlacht.
‘Dat ken ik. En dat heeft ook nog met iets anders te maken. De status van een taal. De status van een taal is gerelateerd aan de sociale klasse die de taal gebruikt. Een taal die gesproken wordt door een lager opgeleide klasse, met als logisch gevolg, een lagere sociale klasse, frustreert de gebruiker. Algemene psychologische gevolgen zijn minderwaardigheidsgevoelens en uitsluiting.
Niet dat het Papiaments alleen door een sociaal lagere klasse wordt gesproken. Maar hier komt nog een extraatje om de hoek. Door de koloniale overheersing is het Papiaments de taal van de onderworpene. Dat zet alles op scherp.’
Naar huis wandelend schoot me een zondag in de jaren zestig te binnen
Voor het eerst in de geschiedenis hield de dominee in het dorp een preek in het Fries.
Na de dienst wandelde ik met mijn vader naar huis.
‘Dit is een bijzondere dag’, zei hij. Ik keek hem vragend aan.
‘Het heeft even geduurd’, glimlachte mijn vader, ‘maar nu spreekt Hij alle talen.’
Noot:
Het rondetafelgesprek a.s. donderdag is van 16.00 tot 18.00 uur (Europees Ned. tijd) en is live te volgen via de website van de Tweede Kamer.

