Het is een mooie gewoonte om het eiland alvast ‘mooi of prachtig’ te noemen als je op Facebook meldt dat je eraan komt en onderdak zoekt,
Vermoedelijk hoopt de nieuwkomer met deze bijvoeglijke naamwoorden een verhuurder te paaien om die studio, kamer of een compleet huis voor een bodemprijs aan te bieden.
In Den Haag worden de laatste tijd andere bijvoeglijke naamwoorden gebruikt als het over het eiland gaat.
Mevrouw Aukje de Vries (VVD), sinds 5 september jl. staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, maar een paar dagen eerder nog Tweede Kamerlid met o.a. Koninkrijksrelaties in haar pakket, wist te melden dat ze het bestuur op het eiland net ‘een ruziënd schoolplein’ vindt.
‘Bonairianen verdienen een goed bestuur’, hield zij de samenleving voor tijdens haar laatste optreden als commissielid.
Mevrouw Faith Bruyning (NCS) sprak van een ‘puinhoop’ en ‘falend bestuur’ toen het over de vuilstort Selibon ging.
Ook de heer Don Ceder (ChristenUnie) zei dat hij verbaasd was over de bestuurlijke problemen. Het abrupte vertrek van twee gedeputeerden verdiende ‘geen schoonheidsprijs’, volgens meneer Ceder.
De opmerkingen van het lid van de ChristenUnie zijn te begrijpen. De verdwijntruc van de twee gedeputeerden was op z’n minst wonderbaarlijk te noemen. Hans Kazàn en Hans Klok zullen met bewondering hebben gekeken.
De uitlatingen van mevrouw De Vries en mevrouw Bruyning roepen vraagtekens op. Niet dat er geen redenen zijn om kritisch naar het bestuur te kijken, maar hoe naïef ook, je verwacht toch dat mensen even in de spiegel kijken voor ze allerlei uitlatingen over de ander de wereld in slingeren.
Stel je voor je bent al jaren lid van de VVD. Je hebt meegemaakt dat onder leiding van je schaterende partijleider de armoede in je land is toegenomen, de woningnood gestegen en als extraatje gaat je partij ook nog in zee met de PVV, BBB en NSC.
Had iemand het over een ruziënd schoolplein?
En stel je voor dat je namens NSC dacht het land te kunnen besturen. Een collectie Omzigt-adepten, CDA-verlaters en andere rarigheden. En dan ga je in zee met meneer Wilders, de man die democratie afwijst en mensen overboord gooit. Ga je in zee met een marketingpartij die van voren en van achteren niet weet waar ze mee bezig is.
Ja, dan heb je het over een puinhoop en een falend bestuur.
Neemt overigens niet weg dat het tijd wordt dat het eilandelijke bestuur in de spiegel gaat kijken. Want al is het eiland mooi en prachtig, het bestuur verdient die bijvoeglijk naamwoorden niet.
De problemen waarmee het eiland geconfronteerd wordt, zijn groot. Wegduiken en kibbelen biedt geen perspectief.
Haast is geboden. De mini-regering die nu in Den Haag zetelt, krijgt thuis niets voor elkaar. Dan kan het aanlokkelijk zijn om in te grijpen op een eilandje ver weg. Kun je roepen dat je echt wel weet hoe het moet. Zonder aan de eigen problemen iets te hoeven doen.
Ook dat is politiek.

