Nu het einde van de meedogenloze winter, die maar liefst drieënhalve dag duurde, langzaam maar zeker voel- en zichtbaar wordt, is duidelijk welk deel van het koninkrijk als winnaar uit deze donkere periode is gekomen: Caribisch Nederland.
Terwijl in het moederland de hutspot en erwtensoep uitverkocht zijn, het openbaar vervoer in de loop van de maand weer op gang hoopt te komen en Schiphol de laatste reizigers in maart op de plaats van bestemming verwacht te brengen kunnen de bewoners van de eilanden opgelucht ademhalen: zij zijn veilig.
Minister Brekelmans van Defensie ontliep deze barre winter door verschillende eilanden te bezoeken. Hij vertelde aan iedereen die het wilde horen dat Defensie de ontwikkelingen nauwlettend volgt.
En al begrijpt de minister de zorgen over de gevolgen van de Amerikaanse overval op Venezuela goed, hij ziet geen directe dreiging.
De heer Brekelmans illustreerde zijn gebrek aan angst door aan boord van het marineschip Zr.Ms. Groningen te stappen om van Curaçao naar Bonaire te varen.
‘Met deze patrouilles hebben we letterlijk onze ogen en oren in het gebied. Dat draagt bij aan stabiliteit en een veilig gevoel voor de bevolking.’
Ook minister Van Weel van Buitenlandse Zaken weet dat de Venezolaanse soep niet zo heet wordt opgediend. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft deze bewindsman dat er op dit moment geen acute dreiging is voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Wel ziet hij ongekende kansen.
‘Je zou je kunnen voorstellen dat we bepaalde gevoelige gesprekken kunnen faciliteren op onze eilanden, waardoor je dichtbij Venezuela bent, maar niet daar.’
Met deze merkwaardige zin onthult de minister dat in zijn ogen ‘een van de ABC-eilanden een geschikte (neutrale) locatie is voor de komende onderhandelingen over het herstel van de democratie in Venezuela.’
Wie ook een duit in het zakje deed, is staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Eddie van Marum.
Het spreekt voor zich dat meneer Van Marum riep dat er geen acute militaire dreiging in de lucht hangt. Maar belangrijker vond hij het om te vertellen dat hij trots is op de bestuurders van het Caribisch deel van het Koninkrijk vanwege de ‘snelle en heldere wijze’ waarop zij hun burgers geïnformeerd hebben over de inval van de VS in Venezuela. Een compliment dat die bestuurders in hun zak kunnen steken.
En dan was er nog een spoeddebat van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken.
Tijdens dat debat liet het PVV-Kamerlid De Roon zien dat ook hij kansen ziet. Hij zag mogelijkheden voor heropening van de al jaren gesloten Isla-raffinaderij op Curaçao. Een opmerking die liet zien dat hij niet gehinderd is door kennis.
De heer Vermeer van de BBB liet zich kennen als strateeg. Hij pleitte voor zichtbare samenwerking met Frankrijk en Groot-Brittannië. ‘Om uit te stralen dat zij samen met Nederland in staan voor de bescherming van hun overzeese gebieden.’
In de wandelgangen rekende Vermeer voor hoeveel tractoren deze drie landen naar het gebied zou kunnen sturen indien nodig.
‘Alleen in Nederland hebben we het al over ruim 300.000 geregistreerde tractoren’, glunderde de heer Vermeer, ‘moet je voorstellen hoeveel dat er in Frankrijk en Engeland zijn. Met een paar miljoen trekkers heb je Washington en Caracas snel op de knieën.’
Den Haag liet deze week een niet vaak voorkomende eensgezindheid zien over Caribisch Nederland. Wat een geluk om zo dichtbij een brandhaard te liggen.
