Vandaag zijn de huizen en bedrijfspanden langs de Kaya Clark aan de beurt. De kleinere pakken de groene kliko’s op, de grotere takelen de oranje bedrijfskliko’s omhoog. Sierlijk als elegantparkieten vliegen de drones met hun vangst naar de ProLagunhaven. Daar wachten diverse schepen op hun lading. Na het lossen gaan de drones verder met hun route.
In de vroege ochtenduren zorgen de 2837 drones iedere dag voor een opgeruimd eiland. Dat is wel eens anders geweest.
Sommige oudere bewoners herinneren zich al hoestend en naar adem happend nog andere tijden. Tijden waarin de lucht naar brand rook, waarin je ramen en deuren dagenlang dicht moest houden, waarin je je huis moest verlaten.
In de jaren twintig van deze eeuw overheersten de problemen rond de afvalverwerking het nieuws. Niet alleen op het eiland, maar zelfs media in het moederland besteedden aandacht aan de vuilstort bij Lagun.
Politici groot en klein lieten indertijd graag en vaak horen hoe zorgelijk zij de situatie vonden.
Maar hoe groot de zorgen ook waren, zelden werden de uitspraken gevolgd door daden.
Lokale politici vonden de problemen complex, Haagse bestuurders blonken uit in uitstelgedrag.
Het heeft lang geduurd voordat er knopen werden doorgehakt, totdat halverwege de jaren dertig de stad Amsterdam met een oplossing kwam.
Een ambtenaar van de afdeling Milieu & Leefomgeving herinnerde zich dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw de stad vervuilde grond verkocht aan Oost-Duitsland en Polen. Vrachtwagens reden dagelijks vanuit de stad naar het Oostblok. Voor ieder container kreeg het ontvangende land een handvol dollars.
Ter plekke werd het afval gebruikt bij de aanleg van wegen.
Even overwoog de ambtenaar om voor te stellen dat het Bonairiaanse afval maar naar de hoofdstad moest worden gebracht, net als de 900 ton troep die wekelijks per trein vanuit Rome naar Amsterdam komt.
Gelukkig bedacht deze ambtenaar op tijd dat er ongetwijfeld nog steeds landen bestaan die baat hebben bij gratis materiaal om wegen aan te leggen en die ook in hun nopjes zullen zijn met een financieel extraatje.
Het kostte tijd, veel tijd, om in Den Haag de juiste persoon te vinden die dit idee zou willen omarmen. Het waren de jaren dat Haagse kabinetten bij de minste tegenwind opstapten.
Uiteindelijk vond het plan weerklank bij het zesde kabinet Yesilgöz. Met de haar kenmerkende vastberadenheid gaf zij opdracht om een land of gebied te vinden waar men zat te wachten op het eilandelijke prut.
Na een handvol reizen konden knopen worden doorgehakt. Marokko, Algerije, Libië en Egypte zagen met dit aanbod kans om de lang gekoesterde droom om een zesbaansweg van de Atlantische Oceaan naar de Rode Zee aan te leggen, te realiseren.
Aan de Bonairiaanse bevolking werd gevraagd iets meer afval te produceren. Anders zou het te lang duren voor die weg er lag.
Die wens was geen probleem. Troep maken is de mens eigen.
