Danny Rojer ~ Mijn grote droom is een groot ziekenhuis runnen

February 9, 2017
Danny5

Danny Rojer ~ Manager Zorg Mariadal

‘Mijn moeder is een Nederlandse en mijn vader is een Amerikaan en ik ben op Curaçao geboren. Dus bij mij is er een heel potpourri aan culturen. We spraken thuis Engels, maar op school eigenlijk alleen Papiaments.
Mijn moeder en vader hebben elkaar ontmoet op Curaçao. Daar zijn ze getrouwd, maar uiteindelijk kon mijn vader niet aarden. Na bijna twintig jaar is hij teruggegaan naar New York.
Als je je niet meer kunt binden aan een klein eiland, houdt het op een gegeven moment op. Maar goed, mijn moeder wou niet mee naar New York. Ze besloot om op Curaçao te blijven. Naderhand heb ik er een halfbroertje bij gekregen en op zeker moment was voor haar de tijd rijp om terug te gaan naar Nederland.’

‘Ik was toen 21. Drie keer had ik meegedaan aan de loting voor geneeskunde en drie keer werd ik uitgeloot, dus toen dacht ik: wat nu? Ik had ondertussen twee jaar rechten gestudeerd op Curaçao. Maar ik zag me dat de volgende vijftig jaar niet doen. Ik wilde toch de medische kant op en zo ben ik medische technologie gaan studeren. Ik ben me gaan specialiseren in nucleaire geneeskunde. Dat heb ik gedaan aan de Technische Universiteit Delft. Vervolgens heb ik acht jaar gewerkt in het Sint Anthonius Ziekenhuis in Utrecht. Daar heb ik de fusie mogen begeleiden van het Overvecht Ziekenhuis en het Oude Rijn Ziekenhuis. Daarna heeft de Sint Anthonius Groep dat verder overgenomen. Ook heb ik het stukje over de medische beeldvorming voor de bouw van een nieuw ziekenhuis begeleid. Het Leidsche Rijn Ziekenhuis.’

‘In de acht jaar dat ik voor het St. Anthonius werkte, had het management daar gezien dat ik bepaalde kwaliteiten had en op basis daarvan hebben ze gezegd, we willen heel graag dat je management gaat studeren aan de Erasmus. Op basis daarvan heb ik mijn management opleiding gedaan.
Dat zijn inderdaad twee werelden naast elkaar. Alpha en bèta. Het mooie is dat ik beide competenties heb. Van karakter ben ik iemand die heel communicatief vaardig is, qua management heb ik een hele goede helicopter-view op processen die er gaande zijn.
Langzamerhand kreeg ik het gevoel dat ik meer affiniteit had voor dat stukje management. Ook al omdat ik dacht, als ik ooit eens terug wil naar Curaçao, gaat nucleaire geneeskunde me niet helpen, want dat hebben ze daar niet. Maar het is een mooi vak, nucleaire geneeskunde.’

‘Ja, het was de bedoeling om na de opleiding direct terug te gaan naar Curaçao. Maar ik kreeg een hele mooie baan aangeboden in het Anthonius Ziekenhuis. Dus bleef ik. Maar uiteindelijk wilde ik altijd weer terug. En dat heeft niet te maken met het feit dat ik niet van Nederland hou. Ik hou heel veel van Nederland, maar laat ik het zo zeggen, ik heb twee titels, maar in Nederland kom je in een organisatie terecht die een geoliede machine is. Dus het systeem kun je maar minimaal verbeteren. Als je hier komt zijn er zoveel mogelijkheden om een organisatie te laten groeien en te verbeteren. Ik voel me hier ook projectiever, veel meer nodig dan in een land als Nederland. Daar is al zo veel kennis en kunde. Daardoor had ik altijd in mijn achterhoofd dat ik graag deze kennis zou praktiseren op de eilanden. Op basis daarvan het niveau op de eilanden een beetje opkrikken.’

‘Vier jaar geleden heb ik de overstap gemaakt naar extramuraal. Ik wilde een extra specialisatie doen in organisatie-management. Ik kwam een collega tegen die zei dat ik een keer extramural moest gaan kijken. Hij vond dat ik oogkleppen op had. Hij vond dat ik te lang in een ziekenhuis gewerkt had. Dat maakte me nieuwsgierig. Zo belandde ik bij ZuidZorg. Een thuiszorgorganisatie in Eindhoven Daar heb ik twee jaar met heel veel plezier gewerkt.
Ik woonde in Utrecht en was daardoor iedere dag veel tijd kwijt door het gereis. Uiteindelijk ben ik toen gestopt bij ThuisZorg. Daarna heb ik in Bergen op Zoom nog twee jaar gewerkt.’

‘In 2015 kwam ik dr. Giovanni Frans op een congres tegen en hij nodigde me uit om naar Bonaire te komen. Ik zei, neem me niet kwalijk, maar de laatste keer dat ik op Bonaire was, is twintig jaar geleden. Ik ken het eiland niet, ik heb geen vrienden daar en geen familieleden. Het beeld dat ik heb is een piepklein eiland met minder dan 10.000 inwoners waar verder niks te beleven valt. Frans zei het eiland is veranderd, je moet komen kijken.’

‘Toen ben ik een week gegaan en eigenlijk beviel het me direct erg goed. Het was op een moment in mijn leven dat je denkt, als ik nu echt daadwerkelijk wil verhuizen dan moet ik dat nu doen. Ik wilde niet langer wachten. Mijn relatie was ook de andere kant op gaan lopen. We lieten elkaar gaan, dus het was het juiste moment om ergens opnieuw te beginnen.’

Danny2

Je merkt dat de mensen bereid zijn te veranderen. Ze willen graag gebruik maken van de kennis die wij opgedaan hebben

‘Toch heb ik er lang over nagedacht. Twee, drie maanden. Mijn kind van zes dat in Nederland zou blijven. Nederland. Bonaire. Wat Mariadal wilde, was iemand die de kennis en kunde van Nederland bezat, maar ook de culturele inslag van de Antillen. Iemand die onze mensen begrijpt, onze taal spreekt en weet hoe de mensen hier denken.
Naast de samenwerking met het VU ziekenhuis en het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam wilde men consistentie in het beleid. Want de thuiszorg, de apotheek en bijvoorbeeld het verpleeghuis hebben behoefte aan vastigheid. Eind augustus vorig jaar heb ik de knoop doorgehakt. In eerste instantie heb ik gezegd dat ik één jaar zou komen. Ik moest eerst mezelf toetsen. Of ik het kon en wilde.’

‘Ik ben hier heel goed opgevangen. Je merkt dat de mensen bereid zijn te veranderen. Ze willen graag gebruik maken van de kennis die wij opgedaan hebben.
Nu zit ik hier iets meer dan een jaar. Het is hier prettig werken. Het is heel laagdrempelig. Dat is ook de reden dat ik hier drie of vijf jaar wil blijven. Ik heb het hier erg naar mijn zin.’

‘Ja, uiteindelijk wilde ik altijd toch terugkeren naar de Antillen. Ieder jaar verhuizen zo’n driehonderd studenten naar Nederland, naar Amerika of een Latijns Amerikaans land. Van die driehonderd komt er minder dan tien procent terug. Dat is een enorme braindrain. Het verschil tussen de aanwezige kennis op de eilanden en het buitenland is enorm. Dan halen wij de nodige kennis uit het buitenland, terwijl onze eigen mensen de potentie hebben om die kennis te leveren.’

Danny4

Ik mocht niet direct roepen dat het anders moest

‘De eerste twee maanden mocht ik hier niets doen. De enige opdracht was goed analyseren wat er hier speelt, hoe sommige tradities ontstaan zijn, hoe we bepaalde zaken geadopteerd hebben en naar eigen inleving hebben ingevuld.
Ik mocht niet direct roepen dat het anders moest. Want ik kwam natuurlijk met de Nederlandse mentaliteit. Maar ik moest meelopen. Met mensen praten. Dat heb ik twee maanden gedaan. Dat was lastig voor me in het begin. Ik moest echt op mijn handen gaan zitten. Uiteindelijk viel het reuze mee. Je ziet dat mensen een visie hebben. Ze hebben alleen aansturing nodig. Ze hebben sommige tools niet, de handvatten om te bereiken wat ze graag willen, ontbreken.
Dan ga je inventariseren. Wat hebben de mensen nodig? Zijn er opleidingen nodig? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen hun doelen bereiken?’

‘Als je uit de Nederlandse setting komt, moet je ook wennen aan de andere manier van communiceren.
De mensen hier hebben de Nederlandse taal niet echt in de vingers. Ze kunnen zich dus ook in die taal moeilijk verbaal uitdrukken. Dat brengt met zich mee dat zij zich dus ‘dom’ voelen. Dus houden ze wat ze willen zeggen voor zichzelf. Met als gevolg dat er daardoor soms problemen ontstaan. De verpleegkundige of verzorgende heeft veel informatie over een patiënt die voornamelijk Papiaments spreekt, maar kan dat niet altijd overbrengen bij de specialist. Die specialisten zijn hier toch voor korte periodes. Die zijn heel deskundig en zien kansen en mogelijkheden om dingen te verbeteren. Maar ze hebben onvoldoende tijd om zich in te leven in de culturele aspecten en om een binding te krijgen met het personeel dat hier al sinds jaar en dag zit.
Dan krijg je al snel een houding van, onbedoeld hoor, we moeten dit en we moeten dat. En de Bonairiaan zegt dan, nou ik moet niks. Ik wil gewoon de beste zorg voor mijn patiënt en dat gaat niet gepaard met veel meer papierwerk of wat dan ook.’

‘Je kunt wel duizend en één ding willen veranderen maar dat gaat niet zomaar.
Dat is nu wat afgesproken is met de medisch specialisten. Dit is de blauwdruk, dit is het meerjaren beleidsplan. Op basis daarvan hebben we elk jaar een jaarplan met verschillende speerpunten en dan doen we een manager review: Twee per jaar gaan we even met de medisch specialisten en het management om de tafel zitten en kijken we: zijn we op koers of moeten we bijsturen of aansturen. Je moet natuurlijk onder ogen zien dat er altijd dingen dwars doorheen fietsen. Je moet goed communiceren. Aangeven waar je naar toewerkt. En in welk tempo je hoopt je doel te bereiken.’

‘De belangrijkste les van die eerste twee maanden was dat ik in moest zien dat ik alles vanuit een organisatorisch standpunt bekeek. Ik moest me inzien dat ik me meer in moest leven in de situatie waarin het personeel zit. In Nederland zijn mensen bovendien gewend aan veranderingen. Hier is dat minder.
In de afgelopen vijf jaar hebben er heel veel veranderingen plaatsgevonden. Voor 2010 bestond Fundashon Mariadal uit 190 medewerkers. Zes jaar later praat je over bijna 550 mensen die hier werken. Dat betekent ook letterlijk dat we uit onze voegen gegroeid zijn. Daarom wordt er nu ook zo veel gebouwd.’

‘Waar je op moet letten dat de mensen die hier al lang werken, er niet bij komen te bungelen. Die kunnen niet altijd al die veranderingen bijbenen. Neem alleen het electronische patiëntendossier. Veel van de oudere verpleegkundigen zijn niet computervaardig. Die moet je bij de hand nemen en ze daarin begeleiden. We beginnen met de mensen die al wat kunnen en die een smartphone hebben. Die weten hoe het werkt, die pakken het op en dan krijg je het sneeuwbaleffect.’

Danny3

Dan heb je nog een groep die door sociaal-economische omstandigheden niet enthousiast binnenkomt en zegt dit wil ik leren, dat wil ik weten

‘Wij hebben onze eigen academie. We leiden zelf verpleegkundigen op. De verpleegkundigen van de afgelopen paar jaar zijn op Nederlands niveau opgeleid en geregistreerd. De oudere garde is dat niet. Dat brengt kwaliteitsverschil mee.
De jongere garde gaat de oudere niet zeggen hoe ze hun werk moeten doen, dat doe je niet binnen onze cultuur. Dat hoort niet. Het moet alleen veranderingen niet tegenhouden. Daar moet je op blijven letten. Anderzijds heeft de oudere garde juist weer meer mensenkennis. En kunnen zij de jongeren weer begeleiden om basishandelingen goed onder de knie te krijgen. Je hebt nu eenmaal tijd nodig om aan al deze veranderingen te wennen.
Dan heb je nog een groep die door sociaal-economische omstandigheden niet enthousiast binnenkomt en zegt dit wil ik leren, dat wil ik weten. In functioneringsgesprekken probeer je erachter te komen wat er achter de schermen speelt. Zodat je er beter op in kunt spelen.’

‘Ook moet je mensen de tools geven waardoor ze om leren gaan met het feit dat je in deze kleine gemeenschap automatisch de familie van een patiënt tegenkomt als je boodschappen doet. Je moet je niet terugtrekken omdat je daar bang voor bent. Op het moment dat jij je uniform uitdoet als zorgprofessional en je dus weer een normaal iemand bent, ben je gewoon buiten en dan wil je niet continue nog belast worden bovenop de lasten die je al op je werk hebt.
Dat is ook een reden waarom communicatie gewoon heel erg belangrijk is en dat houdt in dat je heel duidelijk met je patiënten en cliënten moet omgaan en ze vertellen; wat doen we wel en wat doen we niet. Als dat vanaf het begin duidelijk is, voorkom je onenigheid en verwarring.’

‘De situatie is op dit moment dat FM het enige instituut is op het eiland dat 24 uur zorg levert. Maar je hebt heel veel mensen met een sociale indicatie. Dus die zorg nodig hebben. Waarbij de zorg in de thuissituatie te zwaar wordt en waarbij wij dan geen andere uitweg hebben dan die mensen in ons verpleeghuis op te nemen. Dan moet je je criteria bijstellen, want we hebben maar 75 bedden.
Als je allerlei mensen in je verpleeghuis op gaat nemen, is het ook een andere invulling van het profiel van de verpleegpatiënt. Gelijkertijd heb je niet de kennis en kunde om in de specifieke behoefte van zo’n patiënt te kunnen voorzien. Dan moet je snel met de zorgverzekeraar en andere instanties om tafel.
We hebben een groot probleem, we hebben veel patiënten met een sociale indicatie. Om een voorbeeld te noemen: we hebben een meneer die visser was. Bij hem is prostaatkanker gediagnosticeerd. Hij kan alleen nog terminaal behandeld worden. Meneer is inmiddels heel erg verzwakt. Hij woonde aan het strand onder een zinkplaat. Hij kan daar geen zorg krijgen want er is geen stroom en geen stromend water. Helemaal niks, Maar het is niet iemand die in een verpleeghuis terecht kan, want dat is geen hospice. En hoe dan?
We hebben de faciliteiten hiervoor helemaal niet op dit eiland. Wij kunnen als ziekenhuis dit niet alleen op ons nemen. Andere partners moeten meedenken over oplossingen. Zodat niet elk probleem gewoon bij ons gedropt wordt en wij maar een oplossing moeten bedenken.’

‘En dan heb je inderdaad een andere groep bewoners van het eiland. Die komen ook met hun verwachtingen, hun eisen. Zij zijn veel mondiger. Zij willen veel meer en verwachten veel meer. Dat is ook een groep waar we veel mee om de tafel zitten. Juist om hun verwachtingen bij te stellen. Want je kunt niet verwachten dat dit een academisch ziekenhuis is.
Het eerste jaar dat ze hier wonen, is het zwaarst. Ze moeten wennen aan het weer en aan de mensen en de cultuur. En dus ook hoe hier de gezondheidszorg gegeven wordt. De zorg is hier heel warm, maar tegelijkertijd is het niet op het niveau van Europees Nederland. Ik kan me voorstellen dat iemand die hier gepensioneerd is en hier is komen wonen, de taal niet spreekt en de wegen niet weet te bewandelen, soms grote problemen ervaart. Ik heb de indruk dat de voorlichting voor de nieuwkomer wat beter kan. Bijvoorbeeld bij welke instanties je allemaal moet zijn, wat je moet regelen. Je moet van loket naar loket. En de ene afdeling communiceert niet met de andere. Dat ben je in Nederland niet gewend.’

Danny1

De zorg is hier heel warm, maar tegelijkertijd is het niet op het niveau van Europees Nederland

‘Ook ik moest wennen, hoor, aan hoe het hier geregeld is. Ik was ook niet op alles voorbereid. Wist bijvoorbeeld niet dat je automatisch verzekerd bent hier. Maar dat je je niet bij kunt verzekeren. Ze kennen hier geen aanvullende verzekering. En dus moest ik 250 dollar betalen toen ik laatst naar de tandarts moest.’

‘De medische banden met Curaçao en Aruba zijn belangrijk. We doen al zaken met twee laboratoria op Aruba en één op Curaçao. Die zijn geaccrediteerd en voldoen aan de Europese normen. Ik denk dat er veel meer valt te putten uit een samenwerking met Curaçao en Aruba. We kunnen elkaar ondersteunen en helpen. Je hoeft niet op elk eiland het wiel uit te vinden.’

‘Of ik mijn oude vak mis? Dat is een moeilijke vraag. Aan de ene kant wel, want het is een mooi vak. En het technische trekt nog altijd aan me. Maar aan de andere kant, ik doe hier met veel plezier mijn werk. Ik weet dat ik hier goed werk doe en mensen helpen kan. Ik voel me hier op mijn plaats.
Ik heb de ambitie om nog verder te gaan studeren. Dat ik nog een MBA doe en dat ik meer de richting van een raad van bestuur op ga. Dat brengt met zich mee dat ik nog bepaalde kennis op het gebied van financiële kennis en het runnen van een organisatie moet hebben. Maar dat is wel waar ik heen wil in de loop van de tijd. Met een hogere functie kan ik meer betekenen voor de mensen.
Ik ben nog jong, ik ben 37. Wil ik meer uitdaging, dan zal ik toch naar een grotere organisatie moeten gaan. Of naar een groter land.’

‘Of ik ooit nog in Nederland ga wonen? Kijk, mijn zoon woont daar. En ook, elke keer als ik in Nederland ben, denk ik, nou nu snap ik waarom ik zo lang in Nederland heb gewoond. Alles is zo mooi gestructureerd. Je kunt gewoon duidelijk communiceren met mensen. Als je iets uitlegt, snappen mensen het ook. Mensen zijn bereid om te veranderen en om dingen in gang te zetten.’

‘Mijn grote droom is een groot ziekenhuis runnen. Dat ik dan iemand ben die ervoor zorgt dat dingen ook gedaan worden. Dat mensen in mij iemand zien die de gemeenschap en de mensen wil helpen. Om grote stappen te maken aan verbetering van de gezondheidszorg hier op de eilanden.’

‘Juist omdat we niet heel ver zijn met sommige ontwikkelingen, kunnen we mooi naar Nederland kijken. En analyseren wat wel of niet werkt.
In Nederland moeten de verzorgingshuizen weg en gaan er alleen nog verpleeghuizen komen. De problemen die je had in een verzorgingshuis zijn verplaatst naar het thuisfront. Met als gevolg heel veel overbelasting voor de verzorgers en een thuiszorg die er niet aan toekomt om het werk daadwerkelijk goed te verrichten.
Laten wij hier niet dezelfde fout maken. Laten we vooral goed kijken en peilen wat de mogelijkheden zijn die wij hier kunnen benutten.
Desnoods, als we zeggen toch die richting op te willen, dat we veel meer doen met bijvoorbeeld hulp aan mantelzorgers. Dat we die goed begeleiden. Of dat we veel meer doen met vrijwilligers zodat de mantelzorgers niet overbelast raken.’

‘Je ziet het bij Ka’i Mimina van Zuster Swinda. De bewoners blijven in hun vertrouwde omgeving wonen. Het personeel wordt ondersteund door vrijwilligers. Al dat laaghangend fruit moet je plukken, want dat zijn dingen die al heel snel winst opleveren. Mensen zien dat het resultaat geeft.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *