Theo Braeken – FM na 2010: Het is een hele cultuuromslag geweest

september 3, 2023
Braeken1

Theo Braeken, medisch manager FM: Doordat ik hier al jaren als inspecteur kwam, weet ik nog hoe piepklein het ziekenhuis was. Oneerbiedig noemden we het een huisartsenkliniek.

Na mijn studie Geneeskunde in Amsterdam ben ik als basisarts naar Curaçao gegaan om in het St. Elisabeth Hospitaal mijn assistentschappen te volgen om tropenarts te worden.
Voor chirurgie moest ik me twee jaar vastleggen en ook voor gynaecologie en verloskunde.
Ondertussen kon ik nog een tijd met de kindergeneeskunde meelopen.

Aan het eind van die assistentschappen heb ik een tijd als waarnemend huisarts op Curaçao gewerkt. Het was een gedegen voorbereiding en een goede ervaring. Je leert meer dan opereren en bevallingen doen. Ik werd dagelijks geconfronteerd met de invloed van armoede en sociale achterstand op de gezondheid van een groot deel van de Curaçaose bevolking. Heel klassiek ben ik daar in het ziekenhuis mijn vrouw tegenkomen en zijn we op Curacao getrouwd.

Daarna zijn we naar Nederland gegaan om aan het Tropeninstituut in Amsterdam de tropencursus voor artsen te volgen. Ik had ondertussen gesolliciteerd als tropenarts bij Ontwikkelingssamenwerking. We kwamen in december, in de winter. Dat was even wennen.
Die opleiding was erg leerzaam en praktisch, je leerde de kneepjes van het vak.

Met mijn vrouw, die verpleegkundige is en geboren en getogen op Curaçao, had ik afgesproken dat we na tien jaar werken in Afrika weer terug zouden gaan naar Curaçao.

Tijdens de tropencursus vroeg men of we naar Swaziland wilden gaan. Van het land wist ik niet veel, behalve dat het in Zuidelijk Afrika ligt en dat het geen onderdeel was van Zuid-Afrika. Want daar wilden we niet naartoe vanwege de Apartheid, Mandela zat nog opgesloten op Robbeneiland. Mijn ouders hebben een keer geprobeerd om te emigreren naar Zuid-Afrika, maar ze kregen geen visum omdat mijn moeder in Indonesië was geboren.

In Swaziland gingen we naar een klein ziekenhuis met 120 bedden. Het was ver weg van de bewoonde wereld. Daar is mijn vrouw gaan werken bij de daar goed georganiseerde moeder- en kindzorg.

Het was een fantastisch ziekenhuis. Uiteraard in onze ogen primitief. In het begin was er nog een andere arts, maar die vertrok al snel. Ze konden niemand anders vinden, dus heb ik een hele tijd alleen moeten draaien. Dat was zwaar.
Het was een rural hospital in een gebied groter dan twaalf keer Bonaire en een bevolking 10 keer groter dan op Bonaire.
Toch had je daar een goed ontwikkelde basisgezondheidszorg. Er waren een stuk of acht gezondheidscentra. Iedere maand ging ik daar langs om de moeilijke gevallen te bekijken.

De verste kliniek was zo’n 120 kilometer verderop. En er waren alleen maar onverharde wegen. Als ik die post bezocht, vertrok ik ‘s ochtends om drie uur en was ik ‘s avonds rond tien uur weer thuis.
Je nam dan gasflessen mee in de pick-up. Want de ijskasten, vooral voor de vaccins, in de afgelegen klinieken werkten op gas en niet op elektriciteit, want dat was alleen in de wat grotere dorpen en steden beschikbaar. En de verpleegkundigen in die kliniekjes kregen ook een gascylinder en zij mochten met dat gas koken. Die hadden vaak geen tijd om hout te sprokkelen.

Braeken2

Natuurlijk voel je je zo nu en dan onmachtig als je daar werkt

Natuurlijk voel je je zo nu en dan onmachtig als je daar werkt. Je ziet veel werk waar je niet aan toekomt of waar je niets mee kunt. Je moet niet vergeten we hebben het over 1986/87. Het begin van de aidsepidemie. Daar hebben we toen veel mee te maken gehad. We hadden geen testen en nauwelijks handschoenen bijvoorbeeld. De Nederlandse ambassade zorgde voor testen en ander materiaal op een bepaald moment.

Maar we testen de patiënten niet, omdat er nauwelijks medicijnen waren om de complicaties van aids te behandelen: we testen onze bloedvoorraad die we uit de hoofdstad kregen. Vaak was dat bloed besmet.
Uiteindelijk is Swaziland het land geworden met de hoogste prevalentie van HIV. Dat lag op een bepaald moment boven de 30%.

In Swaziland ging ik al steeds meer de kant van Primary Health Care op. Lesgeven aan rural nurses, ‘platteland-verpleegkundigen’, waardoor die de meest voorkomende kwalen konden aanpakken bijvoorbeeld en niet hoefden door te verwijzen naar het ziekenhuis.
In dat werk, je zou het een onthechtingsproces van patiënt richting bredere en betere basiszorg kunnen noemen, vond ik steeds meer bevrediging. In een ziekenhuis stopt het nooit. Je redt een mensenleven, maar als je een goedlopend vaccinatieprogramma hebt, zorg je ervoor dat mensen niet of minder ziek worden.

Na Swaziland ben ik een opleiding gaan doen in Heidelberg (Duitsland). Een master in volksgezondheid. In Nederland werd ik geweigerd voor de opleiding. Ik was te oud. Het voordeel van Heidelberg was dat de opleiding één jaar duurde tegen twee in Nederland.
Ja, het was een hele stap van Swaziland naar Heidelberg. Vooral de wintermaanden waren even wennen.

Na Heidelberg kreeg ik een droombaan op Jamaica aangeboden. Vroeger in Amsterdam ging ik naar reggae concerten in Paradiso, de Melkweg en ik zag Bob Marley in de Jaap Edenhal. Ik was altijd al een reggae fan.
We konden ook naar Nigeria, maar de keuze was snel gemaakt: op naar Jamaica!

Op Jamaica heb ik met veel plezier gewerkt, maar door de problemen met de gezondheid van onze dochter zijn we in 1996 weer naar Curaçao gegaan. En dus moest ik op zoek naar een baan. Naar het ziekenhuis terug wilde ik niet en ook voelde ik me niet in staat om weer huisarts te zijn. Dat is toch een specialisme.

Bij het ministerie van Volksgezondheid in Curaçao was er een vacature voor een beleidsmedewerker. Het was tijd om de principes van Primary Health Care verder te ontwikkelen. Vlak voor ik begon, was er een ramp geweest. Er overleden tien patiënten door problemen bij de nierdialyse.

In de nasleep werd duidelijk dat er geen functionerende Inspectie Volksgezondheid was. Men vroeg mij of ik dat op wilde zetten voor de Nederlandse Antillen.
Dat was een stevige klus. Omdat ik wist van de goed functionerende inspectie in Nederland heb ik contact gezocht met de vraag of men ons wilde helpen. Na een half jaar stond de inspectie er. Met een voorstel voor bijbehorende wetgeving.

Maar toen moest een inspecteur Volksgezondheid benoemd worden. Niemand op Curaçao wilde dat worden. Het ons-kent-ons-gevoel zat in de weg. Toen ben ik het maar geworden. Tien jaar heb ik die functie gehad.
Natuurlijk is er kritiek. Heb je weer eentje die het beter denkt te weten.

Ja, nee, ik kan tevreden terugkijken. Een dieptepunt was dat een paar artsen een klacht indienden over mijn functioneren. Zij vonden dat ik mijn boekje te buiten ging. Dat ik vooringenomen was, dat ik altijd partij koos voor de patiënt. Maar ja, dat hoort nu eenmaal bij zo’n functie.

In 2008 of 2009 vroeg dr. Frans of ik naar Bonaire wilde komen om hem te ondersteunen bij de ontwikkeling van Mariadal. Ik vond dat het toen niet kon. Ik was de inspecteur van de Antillen, dus FM viel daar ook onder.
We hebben het er niet meer over gehad. Al had ik wel toegezegd dat als de tijd rijp is, ik zou komen.

Toen in 2010 de Antillen uit elkaar vielen, had ik ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Maar ik kon en wilde doorwerken. Dus gaf ik dr. Frans een belletje met de vraag of zijn aanbod nog gold.
Nu helemaal, was het antwoord, er gaat veel veranderen in de zorg. Met name ook voor het ziekenhuis.
In februari 2011 ben ik hier begonnen.

Ja, we kenden het eiland al. Al tijdens mijn assistentschappen op Curaçao gingen we op vakantie naar Bonaire. Ook mijn vader, broer en zussen namen we soms mee hier naartoe.
En ik kwam natuurlijk tijdens de inspectietijd ook zeker twee keer per jaar hier. Om naar de huisartsen, het ziekenhuis en het verpleeghuis te kijken.
We wisten waar we naar toegingen.

De reputatie van FM was overigens goed. FM stak boven de andere ziekenhuizen uit qua kwaliteitsontwikkeling. Dan heb ik het over de tijd voor 10.10.10.
Op een gegeven moment werden hier zelfs masterclasses gehouden door een medewerker van FM die gespecialiseerd was in kwaliteit en veiligheid. Alle eilanden stuurden hier mensen naartoe om die klassen te volgen.
Dat FM voorop liep, heeft veel te maken met de visie van dr. Frans. Er was indertijd nergens geld voor, maar toch lukte het FM om al vroeg dit soort zaken te ontwikkelen. Dat was een unicum voor de Nederlandse Antillen, om dit uit te dragen en andere mensen op te leiden.

Toen ik begin 2011 hier kwam, lagen er al plannen klaar voor de uitbreiding van het ziekenhuis. Maar er was helemaal geen geld voor. Vooruitlopend op de samenwerking met Nederland waren er al wel assessments gemaakt.
Hoeveel specialisten heb je nodig op een bevolking van 15.000 mensen? Welke specialismen moeten het eerst worden ontwikkeld? Wat zou kunnen wachten?
Dr. Frans was bezig om de samenwerking met academische ziekenhuizen (AMC en VUMC) te ontwikkelen.

Het was een uitdaging om vanuit het concept de vertaling te vinden naar de praktijk.

Doordat ik hier al jaren als inspecteur kwam, weet ik nog hoe piepklein het ziekenhuis was. Oneerbiedig noemden we het een huisartsenkliniek. Dat was het in zekere zin ook, al was het de voorganger van dr. Frans gelukt een chirurg aan te trekken. Ook kwam er een anesthesist die dan een maand bleef en dag en nacht stand-by was.
Die chirurg deed in die tijd ook keizersneden bijvoorbeeld. Want er was geen gynaecoloog. Daar was geen geld voor.
Wel kwamen er gynaecologen en andere specialisten van Curaçao, die deden vooral de polikliniek. Natuurlijk, als er een spoedeisende ingreep moest gebeuren, deden zij dat ook.

Als er iets ingewikkelds was tijdens een zwangerschap dat niet door een verloskundige kon worden gedaan, ging men naar Curaçao. Vroeger deden de nonnen de bevallingen, later de huisartsen en een vroedvrouw.
Daar maakten we ons wel zorgen over want eigenlijk deden de huisartsen te weinig bevallingen. Als je niet meer dan tien per jaar doet, moet je overwegen om naar de verloskundige te verwijzen.

Dat was een grote prioriteit. Maar die verschuiving betekende wel dat de druk op de verloskundige toenam.
De verloskundige was in dienst van het eilandgebied. Er was geen geld voor een tweede.

In 2011 kwam er een vaste gynaecoloog bij FM en werd een tweede verloskundige aangetrokken. Er werden verloskamers ingericht, er kwam nieuwe apparatuur.
Door deze stappen werd de verloskunde sterk verbeterd.
Je ziet dat het aantal bevallingen op Bonaire sindsdien toe is genomen.
Ja, het is een bewuste keuze geweest om verloskunde als eerste te ontwikkelen.

Braeken3

Het is een hele cultuuromslag geweest. Voor alle betrokkenen.

Het is een hele cultuuromslag geweest. Voor alle betrokkenen. Voor de patiënt die ineens zijn vertrouwde huisarts deels kwijt was, voor de huisarts die deels aan de kant werd gezet.

In het begin was er dan ook weerstand.
Aan die veranderingen hebben we uitgebreid aandacht besteed. We hebben veel met de patiënten en huisartsen gesproken.

Uiteraard bleven de huisartsen nog lang hun rol in het ziekenhuis vervullen. Er was bijv. nog geen spoedeisende hulp, dus het bestaande systeem van dienstdoende huisartsen voor de spoedhulp moest nog een tijd doorgaan. Je kunt nu eenmaal niet alles in een dag veranderen.

Het lukte ook om ziekenhuisartsen aan te trekken na verloop van tijd. Die moesten ervaring hebben op de spoedeisende hulp en op IC-afdelingen in Nederland. Daardoor werd de SEH echt verbeterd en ook werden de specialisten ondersteund met de patiëntenzorg op de afdeling.
Dat was voor de huisartsen overigens ook een verbetering. Ze hoefden niet langer voor ieder telefoontje naar het ziekenhuis te komen.
De volgende stap was het opzetten van een polikliniek.
Zo kon de zorg langzaam maar zeker verbeterd en toegankelijker worden.

Wat het meest opgevallen is tijdens de eerste jaren?
De weerstand van de bevolking en van de huisartsen. De culturele omslag.

Ook het feit dat de specialisten die uit Nederland werden ingevlogen vaak kort bleven. Zeker in het begin. Daar moesten mensen echt aan wennen. Hun kritiek was terecht. Maar er waren geen andere opties.
Wat in de periode hielp, was het gegeven dat dr. Frans een kind van het eiland was. Hij was toen zelfs nog voor een klein gedeelte zelf huisarts. Maar hij heeft veel met zijn collega’s moeten praten. Ze waren soms boos op hem. Hij zette de hele zorg op zijn kop, vonden ze.
Gelukkig hebben we die overgangsperiode op een kalme manier kunnen doen.
En na verloop van tijd vonden de meeste huisartsen het wel prettig dat ze zich helemaal konden gaan richten op hun praktijk.

Voor de ingevlogen specialisten was het overigens ook soms wennen. Dingen die zij gewend waren in Nederland, waren hier niet.
In Nederland heb je allemaal verschillende gespecialiseerde afdelingen met bijbehorend personeel. Hier lag men veel meer door elkaar en bij elkaar.
De specialisten moesten een introductie krijgen. Om te laten zien hoe het hier gaat. Ook boden en bieden we cursus Papiaments aan. En benadrukken we hoe belangrijk het is om respect te hebben voor de lokale cultuur.

Verder was een grote stap de opening van de dialyseafdeling. Door het grote aantal chronisch zieken waren er in 2011 zestien patiënten die drie keer per week naar Curaçao moesten. Dan moet je bedenken dat zij naar Curaçao werden gevlogen, met een taxi naar het ziekenhuis, dan aan het apparaat en dan weer terug. De volgende dag bijkomen en dan weer. Die mensen konden dus niet meer werken.

Het was één van de prioriteiten die we gesteld hadden: zo snel mogelijk een dialyse afdeling opzetten. Dan moet je een nefroloog en gespecialiseerd personeel hebben.
Gelukkig was er een verpleegkundige die op Curaçao hoofd van de dialyseafdeling was. Zij vond het fantastisch dat ze hier die afdeling mee mocht opzetten. Nu is de capaciteit van de dialyseafdeling alweer uitgebreid en kunnen patiënten zichzelf ook thuis dialyseren. We hebben dialyseverpleegkundigen die bij FM zijn opgeleid.

FM

Het verpleeghuis Kas di Kuido was eerder een verzorgingstehuis voor ouderen en gehandicapten, waarbij de medische zorg werd gegeven door een huisarts, die dit naast zijn gewone praktijk deed. Nu is het aantal kamers uitgebreid, er is een somatische en psychogeriatrische afdeling en de medische zorg wordt gegeven door een specialist ouderengeneeskunde. Ook de verpleegkundige zorg is uitgebreid en specialistisch geworden.

En zo heeft FM zich stap voor stap ontwikkeld.
Specialisten uit Nederland die nu komen, zijn vaak helemaal verbaasd over hoe het hier is.
Goed geoutilleerd, goede verpleegkundigen.

Als ik bedenk hoe het was toen ik hier begon en hoe we er nu voorstaan, ben ik tevreden. Er is veel bereikt.
Wat me plezier doet, is hoe de verpleegkundigen zich ontwikkeld hebben. Werden in het verleden adviezen aan het Bestuur gegeven door de medische staf, nu heeft de Verpleegkundige Adviesraad een gelijkwaardige positie gekregen.

Daarom is het ook zo goed om te zien hoe de opleidingen in het ziekenhuis op een goed niveau zitten. Dat is voor de organisatie van groot belang. Bijzonder is dat Nederland wel via de BIG-wet kwaliteitseisen stelt aan artsen, tandartsen, apothekers en verloskundigen die op Bonaire werken, maar voor verpleegkundigen ontbreekt dat wettelijke BIG-kader. FM vindt het belangrijk dat de lokaal opgeleide verpleegkundigen toch ook BIG-geregistreerd worden. Dat wordt ook actief ondersteund.

Nu moeten we nog een goed en vitaal informatiesysteem opzetten. Natuurlijk hebben we een elektronische patiëntendossier, maar op de afdelingen is het vaak nog schrijfwerk.
De grote systemen die in Nederland gebruikt worden, zijn niet geschikt voor ons. We zijn te klein.
Onze ICT-afdeling werkt eraan.

Wensen? Die heb je altijd. We moeten blijven werken aan onze service, aan de klantvriendelijkheid en de medisch verpleegkundige organisatie moet nog meer ondersteund worden door een unit Kwaliteit en Veiligheid.

Een echte wens is een MRI-scan. Nu moeten mensen naar Aruba of Curaçao. Ben je een hele dag kwijt om 15 minuten in een apparaat te liggen.
We zullen altijd mensen moeten blijven uitzenden voor specialistische zorg elders. Voor patiënten is dit heel ingrijpend. Zowel de voorbereiding als de opvang na de uitzending moet verbeterd worden. Daar wordt ook aan gewerkt.
Maar als je bedenkt wat we nu al kunnen bieden, met 25.000 inwoners, kun je tevreden zijn.
Dat ben ik dan ook.

Niet alleen voor FM maar ook voor Bonaire is het voor de toekomst belangrijk te investeren in de mogelijkheden voor mensen, de eilandskinderen, om terug te kunnen komen naar hun eiland na de studie. Dat betekent mensen gemotiveerd houden. Mogelijkheden creëren om hier stage en coschappen te lopen of als arts-assistent te komen werken.

En natuurlijk spelen ook huisvesting, studieschuld en andere zaken een rol bij de keuzes die gemaakt worden. Maar er zijn ook andere redenen waarom iemand niet terugkeert naar de regio. Daar zijn wij een paar keer tegenaan gelopen. De partner wil bijvoorbeeld absoluut niet naar een eiland. De kinderwens speelt een rol.

Maar we moeten blijven investeren. Er is al veel gebeurd in de afgelopen jaren. En er staat nog meer te gebeuren.

1 reactie op “Theo Braeken – FM na 2010: Het is een hele cultuuromslag geweest

  1. W Roozemaal

    Beste Theo

    Geweldig verhaal van een man met een visie en missie.

    We zijn meer dan 10 jaar collega’s geweest bij FM. Dit verhaal kende ik niet. Ook veel gereisd lees ik.

    Herkenbaar element cliënt centraal! Zoals het hoort!

    Ik denk met veel plezier aan je terug. Het ga jullie goed!

    Groet

    Willem Roozemaal

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *